Op een open plek in het donkere bomenbos staat de hut van heks Koperwiek. Koperwiek is een gemene onbetrouwbare heks die daar woont met Takkeling en Tjelepoek; ook zeer gemene heksen. In het bos wonen ook de kabouters Gluup, Sprock en Hamel: die hebben last van de gemene heksen. Ze zijn bang om betoverd te worden. De kabouterkoning is al betoverd door de heksen. Hij wordt daardoor steeds groter en kan dan geen kabouterkoning meer zijn. Ook zijn vrouw Hanze woont er, samen met haar slimme dochter Bonnie. Bonnie bedenkt een heel slim plannetje om de betoverde koning weer te laten krimpen en zorgt dat de heksen uit het bos verdwijnen.
Van Bas Bruinsel; regie Inge Meinema.